Mattheustraditie en andere Bachconnecties
- Walter van Rijsbergen

- 20 feb
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 dagen geleden
TWEEDE Venster : de aanloop naar de Mattheustraditie en andere Bachconnecties

Wanneer Lodewijk De Vocht als dirigent aangesteld wordt door de āMaatschappij der Nieuwe Concerten en Koninklijke Harmoniemaatschappijā wordt de Chorale Caecilia ook het vast koorensemble op deze symfonische concertavonden. Het eerste concert waar de Chorale in deze constellatie aan meewerkt is āDie Jahreszeitenā van J. Haydn (12 en 26.12.1921), hetĀ laatste (de āMissa Solemnis (03.12.1934).
Daarbij programmeert men op 24 december 1924 ook al de Mattheuspassie.

Niet te bewijzen, maar mogelijks was de jonge schrijver Maurice Gilliams (1900-1982) hierbij aanwezig en zorgde deze uitvoering voor een openbaring die snel zou leiden tot een intens persoonlijk contact met Lode De Vocht en later ook tot de toetreding bij de Chorale (als tenor II). Weerom is het onbewijsbaar, maar uiterst plausibel, dat de nog jongere en al zeer muziekminnende Maurice ook aanwezig was op de Choralebenefiet op 18 maart 1917 (met o.a. Dona nobis pacem uit Hohe Messe op het programma). Deze benefiet werd namelijk ingericht ten voordele van het werk van de āDamen van St Vincentiusā, waar de moeder van Maurice vrijwilligster was en waarbij hijzelf haar ook regelmatig bleek te vergezellen op haar huisbezoeken bij de armen en behoeftigen.
Feit is (volgens zijn eigen verklaringen) dat hij van de dichtbundel āDe dichter en zijn schaduw gevolgd van Een jong reiziger,ā die hij in het najaar 1925 zelf drukte op slechts 25 exemplaren, ook een exemplaar aan Lodewijk De Vocht schonk.
Na deze eerste Mattheus volgt dan in 1926 de start van de standvastige traditie van jaarlijkse Mattheusuitvoeringen, meestal in eigen beheer. Dat deze uitvoeringen voor zover wij weten meestal in het Nederlands gebeurden hoeft geen verbazing te wekken : in een programmabrochure van een kerstconcert met de Chorale op 26 december 1918 bleken daarin het tweede en derde deel uit het Weihnachtsoratorium (hier āKerstoratorioā genoemd) ook reeds in het Nederlands vermeld en dus waarschijnlijk ook zo gezongen (in tegenstelling tot anderstalige kerstliederen die wel in hun oorspronkelijke taal in dit boekje staan).

De Vocht hield waarschijnlijk ook rekening met het bevattingsvermogen van zijn toenmalige publiek. Waar men in een recensie van bovenstaand Kerstconcert in 1918 nog wees op de moeite die het publiek had met de muziek van Bach (in casu dan het Kerstoratorium),Ā heeft De Vocht de XXL Mattheuspassie in duur gereduceerd naar een L(uisterervaring) die zo voor een breder publiek behapbaarder werd. Deze MP vervolgreeks zou ononderbroken lopen van 1926 tot 1967 en onverbrekelijk verbonden blijven met de Lodewijk De Vocht en zijn Chorale.
Enkele specials :
1926 de uitvoering van de MP was het allereerste zelfingerichte concert met orkest en soli van de Chorale

1928 uitvoering MP op concertreis met het orkest van de Nieuwe Concerten (met speciale trein) in de Grande Salle Pleyel te Parijs
1930 uitvoering tijdens de Wereldtentoonstelling voor Koloniƫn , Zeevaart en Vlaamse Kunst te Antwerpen in de Feestzaal van het Eeuwfeestplein
1944 Uitvoering in BOZAR (Brussel) met SociƩtƩ Philharmonique de Bruxelles
1945 uitvoering in BOZAR (Brussel) en radio uitzending door Belgische Nationale Radio Omroep i.s.m. SociƩtƩ Philharmonique de Bruxelles
1967 laatste MP (en tevens allerlaatste concert) onder de leiding van de Meester

